Aleid is de oppercensor van Utrecht
De Utrechtse burgemeester Aleid Wolfsen bezweert dat hij geen inbreuk heeft willen maken op de persvrijheid, door bezwaar te maken tegen de publicatie van een artikel in een Utrechts huis-aan-huisblad. Maar dat had hij beter kunnen bedenken voordat hij de uitgever belde. Want wat doe je als de burgemeester hoogstpersoonlijk belt? Dan schrik je toch even.
Zou de gemeente bijvoorbeeld nog steeds advertenties blijven plaatsen? Dus de complete oplage maar vernietigen en opnieuw door de drukpers halen, zonder het artikel dat PvdA-politicus Wolfsen zo’n doorn in het oog was. Er werden uiteindelijk 120.000 exemplaren herdrukt van huiskrant Ons Utrecht.
Zo’n grap kost wel een paar duizend euro. Kennelijk was de uitgever bang voor nog grotere economische schade. De hoofdredacteur is ziedend over die actie. Logisch. Daarom zijn die verantwoordelijkheden juist gescheiden: de uitgever gaat over de commercie, de hoofdredacteur over de inhoud. Precies om die reden had Wolfsen moeten stoppen, toen hij bij de redactie bot ving.
Maar wat gebeurt er als 120.000 kranten – over papierverspilling gesproken – weggegooid worden? Natuurlijk is het dan wachten op de rel. En natuurlijk komt die er ook, als GeenStijl het verhaal oppikt. Aldus bereikt Wolfsen exact het omgekeerde van wat hij beoogde: negatieve publiciteit, maar dan in het kwadraat.
Intussen staat het gewraakte bericht – over 17.000 euro teveel aan onkostenvergoeding voor de tijdelijke huisvesting van Wolfsen, die uit Amsterdam komt – integraal op internet. En dat verwijderen is, hoewel technisch gezien een stuk eenvoudiger en goedkoper, in de praktijk oneindig veel lastiger. Wie schrijft, die blijft, en wat je op het web schrijft, dat blijft er eeuwig rondzweven, als de schimmen van overledenen.
Na lezing van het artikel stijgt de verbazing: de journalist pleegt keurig hoor- en wederhoor, schrijft geen tendentieus verhaal, maar geeft de mening van hoogleraar bestuursrecht Twan Tak over de Utrechtse onkostenvergoeding van Wolfsen weer. Nu is professor Tak een van die zeldzame geleerden die nooit een blad voor de mond neemt en buitengewoon kritisch is op de overheid. Hij fileerde ooit in een boek het Nederlandse bestuursrecht. Prettig voor een journalist, vervelend voor de bestuurder, maar die krijgt dan ook ruim het woord om zich te verweren.
Dat verweer oogt overigens niet bijzonder sterk. ‘Dacht je dat ik voor mijn plezier sliep in het bed van een ander, tv keek vanaf de bank van een ander en een kop koffie dronk uit iemand anders zijn kopjes?’ Zo verdedigt Wolfsen de 1600 euro per maand die hij declareerde voor het tijdelijke huurappartement, dat hij betrok na eerst in een pension gebivakkeerd te hebben. Het zal de belastingbetaler amper overtuigen.
Of de burgemeester, zelf oud-rechter en een doorgaans aimabele man, in zijn recht staat, is voer voor juristen. Wolfsen en Tak interpreteren de regels verschillend, zoveel wordt duidelijk in het vrij technische, gedegen artikel. Geen feitelijke onjuistheden, maar ‘in het bewuste artikel werd een bepaalde sfeer rond mijn persoon neergezet en dat kon ik niet laten gebeuren’, aldus de burgemeester.
Tja, als dit riooljournalistiek is, dan is de Telegraaf een dagelijkse portie rattengif. Alleen durven politici daar echt niet de baas te bellen om onwelkome publicaties tegen te houden. Aleid Wolfsen: shame on you! Ga besturen in plaats van de lokale Berlusconi uithangen. En als een raadslid het nodig acht om de declaraties te onderzoeken, gooi je toch gewoon de deur open. Als er iets is, wat het wantrouwen tegen de politiek voedt, dan is het dit soort telefoontjes wel.
Geen gerelateerde berichten
Wolfsen zou eens kunnen onderzoeken in zichzelf waarom hem dit zo raakt.