dinsdag 17 februari 2009, 03:00
‘Botte hork’ Jan Dijkgraaf over printmedia losers en ruggengraatloze types
Tags: HP de tijd | jan dijkgraaf | medialandschap
Hij staat te boek als een ‘botte hork’, maar dat interesseert de nieuwe hoofdredacteur van het noodlijdende opinieweekblad HP/De Tijd niet. Wat hem wel bezighoudt is de toekomst van zijn zorgenkind. ‘Ik ga ervoor zorgen dat dit blad weer meer lezers krijgt’. Een gesprek met de strijdlustige Jan Dijkgraaf (46).
Het medialandschap kent grofweg twee typen hoofdredacteuren, de ouderwetse en de moderne. De eerste spendeert negentig procent van zijn tijd aan de inhoud van zijn blad of krant. De tweede neemt goede mensen aan die daarvoor zorg dragen en richt zich liever op de presentatie van zijn product, denkt mee over marketingstrategieën en heeft een gezond gevoel voor commercie. En ja, voor beide types geldt; in tijden van nood moet hij in zijn personeelsbestand durven hakken. De moderne hoofdredacteur kan dat trouwens beter dan zijn stoffige collega. Aldus de analyse van Dijkgraaf, die zichzelf tot de categorie moderne bazen rekent.
‘Wie bij een printmedium werkt lijkt per definitie een loser’, constateert de oud Panoramachef en Metrohoofdredacteur glimlachend van achter zijn bureau op het kantoor van uitgever Audax in Amsterdam. ‘Al dertig jaar kampt de geprinte pers met malaise, teruglopende abonnementen, kelderende advertentie-inkomsten. Volgens moeilijke berekeningen zakt bijvoorbeeld de Volkskrant-oplage in het jaar 2027 voor het eerst onder de 100 duizend. En bij die krant neemt niemand voor die dalende trend verantwoordelijkheid. Mijn vriend Pieter Broertjes zwaait er al twaalf jaar de scepter en al twaalf jaar gaat het slecht. De hele wereld heeft schuld, met de zogenaamde ontlezing voorop. Een botte leugen, er wordt meer gelezen dan ooit, ook door de jeugd. Ondertussen kijkt het Volkskrantvolk met volhardende arrogantie neer op het gewone volk, want dat draagt nog de meeste schuld, dat snapt niet dat het de Volkskrant moet lezen. Dan vraag je je toch af of er in dat hele redactiegebouw geen spiegel hangt waar vriend Broertjes eens in kan kijken?
Duidelijke, klare taal. Daar houdt Dijkgraaf van. Toen verschillende collega-media na zijn aanstelling bij HP/De Tijd berichtten over onvrede bij de nog zittende redactie –die zou vrezen dat het opinieblad onder zijn leiding tot een rellerig magazine zou verworden- liet hem dat dus ook koud. Immers, je verzamelt óf de moed om hem direct op zaken aan te spreken, of het is niet gezegd. ‘Ik kan helemaal niks met mensen die alleen achter je rug van alles over je vinden. Van die ruggengraatloze typetjes die op websites als Villamedia onder pseudoniem op je benoeming reageren, daar moet je keihard om lachen.’

Het schaap in wolfskleren, hij mag dan een botte hork heten maar ‘in het echt’ is hij best vriendelijk, houdt van het winnaarsgevoel en precies dat, zo neemt hij zich voor, gaat het avontuur bij HP/De Tijd hem opleveren. Binnen twee jaar moet het weekblad weer gaan floreren. ‘Een van de belangrijkere lessen die ik geleerd heb, is dat je nooit een absolute topper moet opvolgen. Je moet alleen ‘ja’ zeggen tegen functies waarin je het verschil kunt gaan maken. Op het gebied van de verpakking, het commerciële verhaal, de marketing, maar ook het bladenmaken kan ik dat bij HP. Inhoudelijk was ik al fan.’
Bij HP moet nu vooral puin geruimd. Onder de oude hoofdredacteur Henk Steenhuis vloog een derde van de redactie eruit. De huidige freelancers hebben drie maanden opzegtermijn. Op 1 mei wordt dus duidelijk wie van hen van Dijkgraaf mogen blijven. Columniste Fleur Jurgens zegde zelf haar contract al op. ‘Wegens gebrek aan aandacht van mij, daar komt het ongeveer op neer. Nou, prima dan. Ik lig daar geen seconde wakker van.’
Als het aan Dijkgraaf ligt, kenmerkt de HP/De Tijd nieuwe stijl zich door een open houding, een blad met ruimte voor iedereen. Van Islamcritici tot hoofddoekdragers. ‘Het verhaal van Margriet van der Linden, de nieuwe hoofdredacteur van Opzij, over de vernieuwing bij dat opinieblad kan ik bij wijze van spreken één op één overnemen.’
Verder opent Dijkgraaf de aanval op het fenomeen verzuring en lanceert hij half april een nieuwe website. ‘Een nette, intelligente variant op GeenStijl. Op GeenStijl verzamelen zich onder de reageerders vooral kansloze losertjes en zielepieten. Die willen wij per se niet. Het weblog doet een aantal dingen heel goed hoor, het zet aan tot discussie en genereert op gewiekste wijze reacties. Daar kun je van leren. Maar nogmaals, die ongeciviliseerde internethooligans hoef ik niet over de vloer.’ En nee, dat GeenStijl HP/De Tijd volgens Dijkgraaf een ‘ouderwets kutblad’ noemt, heeft met zijn kritiek op dat blog niets te maken.
Tot slot zegt hij: ‘Stel je voor, in het Amsterdamse café De Pels zitten elke avond vijf grumpy old men, journalisten, elkaar te vertellen hoe HP/De Tijd er uit zou moeten zien. Ze zijn het roerend met elkaar eens, die oude mannen. Eigenlijk bepalen zij vanachter hun kroegtafel hoe het blad wekelijks van de persen zou moeten rollen. Het interesseert deze heren helemaal niks of dat opinieblad ook gelezen wordt. Als het maar geen prooi van die Dijkgraaf wordt. Die mannen zien het blad desnoods liever naar de knoppen gaan, dan zich aanpassen aan de eisen van deze tijd. Die mannetjes hebben er niks van begrepen. Want we maken HP/De Tijd straks niet meer voor de journalisten en de buren, vrienden, familieleden en kennissen, maar voor de lezers. Die groep wil ik koesteren, de lezers. Alleen dan wordt HP/De Tijd weer een succes.’
Door Myrthe Hilkens en Floor van Dijck
Gerelateerde berichten:


















Voor een krant met grootse ambities is dit toch wel een bedroevend interview. De hoofdredacteur heeft kennelijk zitten slapen. De man mag zonder enige tegenspraak zijn verhaal doen. Misschien ligt het aan de geringe ervaring van Myrthe Hilkens, in termen van leeftijd, dat ze bijvoorbeeld niet weet wat Jan Dijkgraaf heeft aangericht bij een blad als Management Team (dat dan ook wijselijk niet wordt genoemd). Of hem dat heeft durven vragen. Meer in het algemeen: het is natuurlijk bijzonder gemakkelijk om her en der wat losse opinieflodders de ether in te knallen, in de hoop dat iemand er door wordt geraakt. Maar wanneer het gaat om serieuze interviews (en ik neem aan dat dit interview serieus is bedoeld), verwacht je van de interviewer een doorwrocht verhaal, en niet een kritiekloos verslag opgetekend uit de mond van iemand die even zijn PR-verhaaltje kwijt wil. Dit lijkt me nou een typisch voorbeeldje ‘Flat Earth News’. Met nog een ranzige boodschap er gratis bij.
Beste Pierre, de hoofdredacteur slaapt niet, wij zijn blij met het interview, omdat we de visie van ‘de botte hork ‘graag wilden belichten, maar het nut niet inzagen hem te gaan fileren. Daar is Myrthe goed in geslaagd, ondanks dat jij het graag anders had gezien. Als ik mij kritisch moet opstellen hoor ik altijd graag van je
Beste Grimbert, hoe kritisch je wilt zijn, moet je zelf weten, ik zit niet in de redactie. Maar als je mensen een podium wilt geven om hun mening te ventileren, zou ik een rubriek ‘de microfoon’ of gewoon lekker plat de ‘ingezonden brief’ in het leven roepen, of iets dergelijks, en niet een journalist op pad sturen om die taak op zich te nemen. Zonde van de tijd en middelen, dan had een notulist volstaan. Want het gaat hier niet om het feitelijk weergeven van gebeurtenissen, waar koel noteren volstaat en zelfs moet volstaan. De argeloze lezer zou nu kunnen denken dat we te maken hebben met een visionair iemand die wel even een noodlijdend tijdschrift uit het slop trekt, terwijl we hier te maken hebben met een notoire praatjesmaker die nogal wat slop achter laat, voor anderen om op te ruimen. Dat lijkt mij een tamelijk basale journalistieke plicht, zeker voor een opiniekrant. Hoor en wederhoor, maar ook het geven van een context zodat de lezer weet waar het over gaat en wie hij voor zich heeft.
@Pierre Pieterse: “dat ze bijvoorbeeld niet weet wat Jan Dijkgraaf heeft aangericht bij een blad als Management Team (dat dan ook wijselijk niet wordt genoemd)”
Ja, nu wordt ik nieuwsgierig. Op Google levert de combinatie van naam en blad geen uitsluitsel. Dus, vertel eens?
@Grimbert: “Als ik mij kritisch moet opstellen hoor ik altijd graag van je”. Uuhhh, nou JA dus. Anders kan ik net zo goed de Margriet gaan lezen.
@pierrepieterse: Ben ook benieuwd wat Dijkgraaf daar volgens u heeft gedaan, in het kader van hoor en wederhoor.
Pierre Pieterse kan dan meteen even zijn echte naam geven, want vooralsnog bevestigt hij mijn stelling dat critici alleen onder pseudoniem durven schrijven.
[...] lees net een opvallend interview met Jan Dijkgraaf, de nieuwe hoofdredacteur van HP/DeTijd op de site van [...]
@”Jan D.” U heeft gelijk, het is niet netjes om kritiek op anderen te hebben onder pseudoniem.
[...] artikel verscheen eerder op Pluspost. [...]
Dank aan Jan Dijkgraaf, Myrthe Hilkens en Floor van Dijck!
Soms vraag ik me af of ik als hoofdredacteur wel genoeg tijd besteed aan de inhoud onze uitgave gezondNU. Het grootste deel van mijn tijd gaat op aan marketing, pr, commercie. Gelukkig heb ik een steengoede redactie die zorgt voor de inhoud van gezondNU. Dankzij het interview weet ik dat ik een moderne hoofdredacteur ben. Dat voelt goed.
Tegelijkertijd kijk in nu met een andere blik naar Rob van Vuure. Tot nu toe zag ik hem vooral als die man die achteraf perfect weet te verklaren waarom iets wel of juist geen succes was en als de man die sinds kort in de Volkskrant schaamteloos reclame mag maken voor de titels van zijn werkgever. Maar ik herinner me een interview met hem, heel ver terug in de vorige eeuw toen hij hoofdredacteur van Panorama was, waarin hij vertelde de artikelen meestal pas te lezen als de Pano al gedrukt was. Van Vuure was dus al vroeg modern. Te vaak zag ik Van Vuure als orakel, hij is dus wel degelijk een ziener.
Stan van Eck,
modern hoofdredacteur gezondNU
@Floor. Ik ga jouw werk niet doen, maar bel gewoon eens wat ex-redacteuren uit die periode. Er zijn er genoeg, over leegloop heeft Dijkgraaf niet te klagen gehad. En kijk eens naar de MT-afleveringen uit de periode Dijkgraaf, dan begrijp je waarom het blad zieltogend werd. Dus kijk gewoon wat hij heeft achtergelaten. In feite had je dit natuurlijk al moeten doen, en dat is dan ook de kern van mijn eerdere reacties.
@Jan D. Heel fijn, bijzonder scherp en heel insinuerend, ik hoop niet dat dit de kwalitatieve maatstaf van de nieuwe HP wordt, even googlen op mijn naam levert gegarandeerd de nodige hits op. En als dat te veel moeite is, kijk dan even op http://www.hollandsglorie.wordpress.com, daar vind je een kleine cv (onder het lemma ‘ over hollandsglorie’).
@Floor en kijk even naar de top 100 van vakbladen van Medaifacts over 2008 (MT van 5 naar 2 gestegen). Knap dat mijn opvolger (ik vertrok op 1 oktober 2008) de boel zo snel weer op de rit kreeg
@PierrePieterse mijn excuses dat ik je niet kende. Dat ex-MT’ers over me klagen, ach, tja, gek hè?
Een uitgeklede redactie achterlaten vind ik bepaald geen prestatie van formaat. Over de rating: dat kan natuurlijk komen door de manier waarop wordt gemeten, in dit geval de zogenaamde DMS survey (gangbaar voor bladen met een vaste oplage) waarbij de ‘huidige’ resultaten (in dit geval van 2008) in feite het resultaat zijn het ‘werk’ twee jaar eerder. Met andere woorden: over een jaar of anderhalf weten we de rating van MT onder Dijkgraaf.