Met Job Cohen’s vertrek stort ook de sociaal democratische droom in
Volgens eigen zeggen wist Cohen niet op fatsoenlijke wijze vorm te geven aan zijn ideeën in de politieke en media werkelijkheid van Den Haag . Daarom trad hij af? Het merkwaardige in de reacties is dat opnieuw doorklinkt dat hij een goede bestuurder was en dus ook een goede premier zou zijn geweest, daarbij verwijzend naar het succesvol vervullen van zijn taak als Amsterdams burgemeester.
Quod non! Ook als burgemeester faalde Cohen op brede fronten. Hij dronk na de moord op Theo van Gogh thee met Marokkanen, terwijl een deel van die bevolkingsgroep hele wijken terroriseerde. Hij liet het project van de Noord-Zuid lijn budgettair volledig uit de hand lopen en belangrijke musea als het Rijks-, het Stedelijk- en het Scheepvaartmuseum gingen veel te lang dicht. Weliswaar was hij als burgemeester soms niet direct verantwoordelijk voor die falende projecten omdat in Nederland een burgemeester nauwelijks bevoegdheden heeft. Maar toch… om hem succesvol te noemen?
Cohen belichaamt de typische sociaal democratische bestuurder van de negentiger jaren, overtuigd van zijn gelijk,
weten wat goed is voor het volk, ook al weet het dat zelf nog niet. Sterk normatief, het hoorde zo, het was fatsoenlijk zo, ook al dachten de meeste burgers daar inmiddels anders over. Regentesk tot op het bot, zichzelf de geestelijke elite wanend. Met de vanzelfsprekendheid om ook goed voor zichzelf te zorgen. Bakken met geld uitgevend aan cultuur, ontwikkelingshulp en collectieve sociale voorzieningen, meer als aflaat om het geweten te sussen, dan uit echte overtuiging op basis van feiten
Er was geen ideologie meer bij Cohen en de zijnen, want de emancipatie van de arbeiders was voltooid. De partij bestond steeds meer uit doctorandussen, carrièremakers die de partij meer zagen als een vehikel voor hen, dan voor het volk. Daarnaast steeds meer uit allochtonen, die de partij beschouwden als de voornaamste politieke reddingsboei voor hun bestaan. Binnen de partij hadden die twee groepen steeds minder met elkaar te maken. Wat de identiteit van de partij was werd daardoor steeds moeilijker te beantwoorden. Cohen vond dat de boel bij elkaar moest worden gehouden, maar ook dat bleek een mission impossible.
Cohen was als fractievoorzitter de foute man met een achterhaald concept, op het foute moment en op de foute plaats. Hij was vanaf het begin een man die niet kon overtuigen, niet kon rekenen en zelfs niet kon binden. De PvdA moet met een zucht van verlichting hem zien verdwijnen, slechter kon het niet, maar of zijn opvolger het beter zal doen mag worden betwijfeld. De partij heeft zich allang overleefd, het zou een zegen zijn als dat nu ook binnen eigen kring zou worden erkend. Hoe langer men doormoddert hoe meer de nagedachtenis uit de tijden dat er nog wel sociale rechtvaardigheid op sociaal democratische wijze werd verwezenlijk wordt bezoedeld.
Gerelateerde berichten:
05/13/2012 - 2:34 PM
05/13/2012 - 9:50 AM
05/13/2012 - 9:39 AM
05/12/2012 - 10:39 AM
05/11/2012 - 2:11 PM