Vrijdag
3 september, 2010
PlusPost - voorpagina

donderdag 24 juni 2010, 09:17

Wordt de economische bijdrage van werkelozen onderschat?

Bram de Graaff

Tags: | | | |

great-depression-soup-lineHet bruto nationaal product wordt al lang bekritiseerd als indicator voor economische welvaart. Neem bijvoorbeeld uitgaven aan gezondsheidszorg, of investeringen in wapens. Ookal vormen deze activiteiten een belangrijke inkomensbron, en daarvoor onderdeel van het BNP, het is moeilijk te beweren dat ze bijdragen aan de welvaart van een land. Hetzelfde geldt voor het excessieve gebruik van natuurlijke hulpbronnen, natuurlijk kapitaal. Waar afschrijvingen op fysiek kapitaal wel worden doorberekend voor het netto nationaal inkomen, gebeurt dat niet met afschrijvingen op natuurlijk kapitaal. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen levert daarom een strict positieve bijdrage aan het BNP, terwijl het wel degelijk tot kosten leidt in de toekomst. BNP als indicator voor economisch beleid kan dus averechtse gevolgen hebben.

Afgezien van de definitie van activiteiten die tot het nationaal inkomen zouden moeten worden gerekend, is een ander probleem het meten van deze. De alternatieve indicatoren die over de afgelopen jaren zijn ontwikkeld – zoals het Bruto Nationaal Geluk, de Genuine Progess Indicator of de Index voor Duurzame Economische Welvaart – hebben allemaal het probleem dat hun input moeilijk te quantificeren is. Het risico is dan al snel het gebrek aan objectiviteit. Hoe valueer je de ecologische gevolgen van overbevissing? Hoe meet je geluk?

Het is dus niet verwonderlijk dat het BNP nog zo veel wordt gebruikt. Maar helaas ontkomt het BNP ook niet aan dit probleem. Het strict meten van monetaire activiteiten betekent dat veel productie niet wordt meegerekend. Alleen dat wat op de markt wordt verhandeld draagt bij aan het BNP, maar dat is slechts een gedeelte van de werkelijke productie. Een voor de hand liggende factor is de ondegrondse sector, die niet wordt meegerekend in officiele statistieken omdat het niet bijgehouden kan worden. Vooral in arme, of erg corrupte landen leidt dat tot grove onderschattingen. In Egypte kan het tot wel 75% van het BNP bedragen. Zelfs in Nederland ligt het tussen de 10% en 20%.

Maar een bijdrage die in sommige landen misschien wel belangrijker is, is thuiswerk. Naast het werk dat mensen doen voor hun werkgever, wordt er thuis enorm veel werk verricht. Waarom zouden de diensten van een ingehuurde schoonmaker of een restaurant wel bijdragen aan de economische welvaart, maar de kookkunsten van de huisvader niet? Veel economische groei kan worden toebedeeld aan het verschuiven van thuiswerk naar het verlenen van diensten voor de markt.

Die observatie presenteert een interessante vraag. Met de toename van de werkeloosheid gedurende de afgelopen crisis, nam ook het nationaal inkomen af. Maar kan dit betekenen dat deze afname eigenlijk een slechte meting is van de verschuiving van werk van de markt naar de thuissector? In andere woorden, maakt de thuisproductie die door werkelozen wordt verricht niet op voor het werk dat ze anders voor hun werkgever zouden doen? Volgens sommige economen is dit inderdaad het geval. Dat zou dus betekenen dat de negatieve economische groei ietwat genuanceerd moet worden. Neem bijvoorbeeld het zelf timmeren van een schuurtje in de achtertuin, of het helpen van de buurman met het repareren van zijn auto. Het werk wordt gedaan, maar nu door iemand die er geen vergoeding voor krijgt, in plaats van een monteur of timmerman die anders zou worden ingehuurd en wiens inkomen wel tot het BNP wordt gerekend.

Een manier om een eerste antwoord te vinden op deze vraag is door middel van een onlangs gepubliceerd rapport van het Amerikaanse Bureau voor Arbeidsstatistiek. In hun American Time Use Survey voor 2009 wordt aangegeven waar de gemiddelde Amerikaan zijn tijd aan besteedt. Een vergelijking met hetzelfde rapport uit 2007 (vlak voor de recessie) kan een indruk geven of thuisproductie werk inderdaad vervangt. Ten opzichte van 2007 werkte de gemiddelde Amerikaan in 2009 15 minuten per dag minder (dit ligt voor de gemiddelde Amerikaan nu rond de 3,5 uur en voor de gemiddelde werkende Amerikaan net onder de 8 uur per dag). Als het zou kloppen dat , zouden deze extra 15 minuten besteed moeten worden aan productieve activiteiten. De definitie daarvan staat natuurlijk open voor discussie, maar het lijkt voor de hand liggend slaap daar niet toe te rekenen, maar klusjes rondom het huis en koken wel.

Wat blijkt? De extra tijd die is vrijgekomen wordt vooral besteed aan dingen die niet als productief worden beschouwd. Sinds de recessie is begonnen slapen Amerikanen gemiddeld 6 minuten langer per dag. Ook kijken ze 6 minuten per dag meer TV. De totale tijd die aan productieve thuisactiviteiten wordt besteed is zelfs afgenomen met 2 minuten. De economische inkrimping tijdens de recessie wordt dus niet overschat, maar zelfs onderschat!

Gerelateerde berichten:

  1. Economische stagnatie tussen twee en elf jaar
  2. Vergrijzing als economische kans
  3. Versterkt beursnotering van financials economische crisis?

  • Print this article!
  • E-mail this story to a friend!
  • TwitThis
  • del.icio.us
  • GeenRedactie
  • NuJIJ
  • Internetmedia
  • LinkedIn

Log in




Nieuwsbrief



AweberImage